Virtual Reality

Virtual reality spelletjes: niet iets wat je onmiddellijk in verband brengt met ouderen. En toch is dat precies wat er als test op een dagopvang in Zeeland wordt toegepast. Het doel is om ouderen te helpen hun cognitieve functies op peil te houden. Eén ding is zeker: de bejaarden hebben er de grootste lol mee.

Artikel

Onderstaande tekst is een artikel uit het magazine Zeeland in de Praktijk. Tekst door Nelleke Launspach.

 

Gerda Andringa is hoofd van de afdeling Science op University College Roosevelt (UCR) en docent cognitieve neurowetenschappen. Haar belangstelling gaat uit naar ouderen en hoe ze hen kan helpen met afnemende hersenfuncties. ‘Sinds ik in Zeeland woon ben ik meer richting niet- farmacologische interventies gegaan,’ vertelt ze. In gewone taal betekent dat dat ze zoekt naar methoden die verbeteringen teweegbrengen zonder dat er medicijnen nodig zijn. ‘Mijn onderzoeken richten zich met name op interventies die mensen met dementie kunnen helpen, ook in een heel laat stadium. We doen bijvoorbeeld muziektherapie en we hebben een grote lichtinterventie gedaan om te zien wat voor effect 

Binnen die academische werkplaats wordt een aantal onderzoeken uitgevoerd, vertelt Gerda, waaronder het effect van virtual reality (VR) op ouderen. Het onderzoek vindt plaats in samenwerking met Zorggroep Ter Weel onder zelfstandig wonende ouderen die naar de dagopvang komen op de locatie Moerzicht in Yerseke. Oude mensen en computergames, is dat geen vreemde combinatie? Gerda: ‘Het gaat soms om mensen van negentig jaar die heel weinig voeling hebben met computers. Maar op het moment dat je ze die VR-bril opzet, spelen ze het spel en zitten ze in een virtuele wereld. De eerste keer dat we in Yerseke kwamen met de VR-bril, waren ze elkaar aan het aanmoedigen en wilde de een na de ander het spel spelen.’ Ze legt uit dat ze een ballonnenspel gebruiken; een beetje zoals het spel met een echte ballon dat vaak in de dagopvang voor ouderen wordt gebruikt, waarbij de deelnemers een ballon naar elkaar overtikken. ‘Het punt bij dit spel is dat veel mensen net te traag zijn en die doen eigenlijk niet mee. En voor andere mensen is het weer te makkelijk – je kunt het niet personaliseren. Het is ook niet mogelijk te meten wat het effect is, het is puur voor het plezier.’ 

 

Elkaar aanmoedigen

Studenten en onderzoekers hebben toen een bestaand virtueel ballonnenspel van Square Fruit aangepast, zodat het gebruikt kan worden als interventie. ‘Een van de dingen die men ziet bij mensen met dementie, maar ook bij ouderen in het algemeen, is dat de zogenaamde executieve functies afnemen; het vermogen om te plannen, om je aandacht ergens bij te houden, om meerdere dingen tegelijk te doen. Dat is een functie van de frontaalkwab. Als je die wat meer op peil kunt houden, beschermt het tegen verouderingsincidenten als vallen en verdwalen. Geestelijk actief zijn, zoals puzzels oplossen, helpt gewoon.’ 

 

Verleden herleven

Om het bestaande ballonnenspel geschikt te maken voor interventie is er een kleur aan toegevoegd: het bevat zowel groene als rode ballonnen, maar de rode mogen niet worden aangetikt. De groene moeten kapot worden geprikt. ‘Ze hebben echt gewoon een joystick in de hand die dienstdoet als prikker in de hand en met die bril op zitten ze in die virtuele wereld. We zien ook dat mensen dit wel willen, dat ze het een leuke dagbesteding vinden. Dat is ook waarom Zorggroep Ter Weel wilde meewerken.’ Dat beaamt Davine Bergman, eerste medewerker regio Goes en Reimerswaal van de dagbestedingen bij Ter Weel. Ze weet dat mensen behalve het ballonnenspel ook andere VR-filmpjes leuk vinden: ‘De een wil in een achtbaan en de ander wil een rustige boswandeling. Dat geeft grote hilariteit en dat is echt leuk. Het geeft ook gespreksstof voor achteraf. Ze beleven iets, ze zien iets. Ouderen komen nergens meer, dus het is vooral het uitbreiden van hun kleine wereldje. Als die VR-bril er is, staan ze allemaal in de rij.’

Maar er is nog meer mogelijk met VR. Gerda: ‘Het heeft heel veel toepassingen. Ik kan mij goed voorstellen dat je met name in een laat stadium van dementie op zoek bent naar toepassingen waarbij mensen niet zozeer veel leren, maar waarbij zij zich gewoon fijn voelen. In dat stadium zijn mensen vaak erg gedesoriënteerd; omdat het geheugen zo is aangetast weten ze helemaal niet waar ze zijn. Dat kun je zelf weleens hebben als
je wakker wordt, dan denk je: hoe zit dat ook alweer, wie ben ik en waar ben ik? Die identiteit raken ze kwijt. Met muziektherapie – dat doe je met muziek uit de tienerjaren van deze mensen – zie je eigenlijk dat dat geheugen er nog is. Opeens komt weer een gevoel van herkenning: ik ben er. Dat is wat je met VR ook zou kunnen doen en dat gebeurt ook al wel. Er zijn bijvoorbeeld toepassingen waarbij mensen door hun oude dorp kunnen fietsen. Op een gegeven moment is het zaak om dat met behulp van Google Maps uit 

te breiden zodat alle dorpjes van Zeeland er bijzitten. En je zou ook toepassingen kunnen bedenken voor mensen die net in een verpleeghuis komen om de route naar zijn of haar kamer in een VR-setting aan te leren. Leren met VR is effectief omdat het aan alles voldoet: je beweegt in de ruimte en daar krijg je feedback op; het is dus een heel veilige omgeving om dingen aan te leren. Er zijn veel mogelijkheden.’ Een van die mogelijkheden die Gerda aan het onderzoeken is – samen met collega Arend Roos – is om digitale tools en VR te gebruiken om te zien hoe mensen bewegen en om daar feedback op te geven. ‘Dat heeft mindere toepassing voor dementie, maar wel voor mensen die bij voorbeeld een hersenbloeding hebben gehad en die weer moeten leren bewegen. Als iemand bijvoorbeeld de oefeningen die hij of zij bij de fysiotherapeut heeft geleerd in het weekend thuis moet doen, kun je feedback krijgen als je het niet goed doet. De data gaat dan naar de fysiotherapeut. Dat soort multidisciplinair onderzoek zou ik hier in Zeeland meer willen doen, samen met de UCR-studenten engineering en science, maar ook HZ-studenten verpleegkunde. Zij ontwikkelen met onderzoekers, medewerkers en ouderen de kennis die nodig is om techniek in de zorg te laten werken en dragen zo bij aan de kwaliteit. Ik vind het echt fantastisch om hieraan verder te werken.’